U bent hier

Hoe lees je etiketten op verpakkingen?

07 aug

We zijn steeds bewuster bezig met gezond eten en we laten ons steeds minder misleiden door pakkende marketingtermen op verpakkingen. Het liefste willen we zelf kunnen inschatten of een product wel of niet gezond is. Maar hoe doe je dat precies? Het makkelijkste is om goed een etiket te kunnen interpreteren. De producent is namelijk verplicht om alle informatie in een etiket te verwerken. Dus als jij weet hoe je etiketten kunt lezen op verpakkingen, kun je zelf de betere keuze maken tussen twee producten. Wij helpen je met enkele richtlijnen op etiketten!

Wat kan je allemaal aflezen van een etiket?

In de voedingswaardetabel staan de energiewaarde en de hoeveelheid vet, verzadigde vetzuren, koolhydraten, suiker, eiwitten en zout per 100 g of 100 ml.

  • Energiewaarde: wordt uitgedrukt in kilojoule of kilocalorieën. Vergelijk producten per 100 g of 100 ml met elkaar.
  • Vet: levert meer dan twee keer zo veel energie als koolhydraten en eiwitten. Vetarm betekent niet meteen caloriearm, want het ontbrekende vet wordt vaak door suiker vervangen.
  • Verzadigde vetzuren: dit zijn de vetten die wetenschappelijk bewezen ongezond zijn. Hoe lager deze hoeveelheid, hoe beter!
  • Koolhydraten: meestal gaat het om verschillende soorten suiker en zetmeel die snel in energie worden omgezet. Kies liever voor volkorenproducten, omdat die beter verzadigen en voedingsvezels bevatten.
  • Suiker: hoe lager deze hoeveelheid, hoe beter. De van nature aanwezige suikers worden ook in de voedingswaardentabel opgenomen.
  • Eiwit: hoe meer eiwitten een product bevat, hoe beter een lang en aangenaam voldoen gevoel je krijgt. En je dus minder snel honger krijgt nadien!
  • Zout: hier kan zout of natrium vermeld staan. Om uit natrium het daadwerkelijke zoutgehalte te berekenen, moet je de waarde met 2,5 vermenigvuldigen. Als je van zout naar natrium wilt rekenen, dan vermenigvuldig je het zoutgehalte met 0,4. Er wordt geadviseerd om niet meer dan 5 gram zout per dag te eten.